Krantenartikelen [Bron: delpher.nl]
Vertellingen
Uit de Arnhemsche Courant


Buitengoed Hoogstede


Buitengoed Hulkestein


Buitengoed Klingelbeek


Landgoed Den Brink en Landgoed Mariëndaal


De Schutterij


Ongevallen


Diversen

Arnhemsche Oudheden Hulkestein Mariëndaal, Historische bijzonderheden
Het stenen kruis Hulkesteyn en Klingelbeek Over Klingelbeek
Vogelschieten Een wandeling in de 18de eeuw De landgoederen Mariëndaal en de Brink (Historische schetsen)

Een wandeling in de 18de eeuw
Een geliefkoosde wandeling voor de Arnhemmers der 18de eeuw was die buiten de Rijnpoort in de richting van Oosterbeek. Even buiten de poort, bij de Haven nam de. heuvelrij, welke zich uitstrekt van Arnhem, langs den Rijn, tot in de provincie Utrecht, een aanvang. Den. aan de stad grenzenden heuvel noemde men den Zandberg. De weg liep langs de haven en vervolgens aan den rivierkant onder langs den heuvel. In tegenstelling met den weg die van ce Janspoort in de richting Oosterbeek ging en boven over den Zandberg liep, is als van zelf de naam Onderlangs ontstaan. Vooral in de 18de eeuw is Onderlangs meer en meer geschikt gemaakt tot wandeling. Het was in het jaar 1778, dat de opperwaardmeesters Van Hamel en G. Brantsen aan het stadsbestuur mededeelden, dat, nu het pad onder langs den Zandberg sedert eenigen tijd meer en meer tot een behoorlijke wandeling was ingericht, zij op rie gedachte waren gekomen om de rijswaard aldaar uit te roeien en het terrein tot uiterwaard en hooiland aan te leggen. Volgens hen zou daardoor de „aftocht" van stof worden bevorderd en na regenachtig weder de weg beter opdrogen, terwijl het uitzicht op de rivier daardoor tevens zoude worden bevorderd. De Magistraat ging hiermede accoord en nog in hetzelfde jaar werd begonnen met het kappen van het rijshout en den aanleg van weide- en hooilanden.

Een eind weegs langs den Zandberg voortwandelende, ontwaarde men op den heuvel een gebouw met kleine bijgebouwtjes. Hier was in 1778 door den Amsterdammer Teunis van Telligen een fabriek van Aardewerk gesticht.

de SandbergDe Zandberg bevatte een grondsoort, welke zeer geschikt was voor het bakken van aardewerk. Men had dus voor de fabriek een zeer geschikte plaats uitgekozen. Reeds in 1760 had de aanwezigheid dezer grondsoort aan Johan van Kerchoff aanleiding gegeven tot het oprichten van een plateelbakkerij aan de Haven, buiten de Rijnpoort. In de nabijheid van de aardewerkfabriek van Van Telligen lag het Jodenkerkhof, dat in 1755 op den Zandberg in gebruik was genomen. Ook stond hier het „Roode of Waaramanshuysjen", waarin de waardman verblijf hield, die het toezicht hield over de kribben en verdere werken en terreinen langs den Rijn. In schuine richting ging het wandelpad langzaam om hoog en zoo kreeg men een gezicht op den ronden hoektoren van het huis Hulkenstein, die zich boven het hooge lommer van de statige eiken verhief. Tusschen het groen ontwaarde men de witte gevels van het huis. Langs Hulkenstein den Utrechtschen weg volgende, kwam men voorbij de boerderij De Lange Schuur, die rechts van den weg lag. Even voorbij Hulkenstein leidde ter linkerzijde de weg naar Oosterbeek. Deze weg liep langs het aanzienlijke landhuis Klingelbeek, door de buurschap van denzelfden naam. Op den hoek van de oprijlaan naar het huis Klingelbeek stond aan den kant van den Utrechtschen weg een steenen kruis. Van een opschrift was nog te ontcijferen: sterft 1570.

Omtrent dit kruis liepen zonderlinge verhalen. Volgens den een hield .het verband met een gepleegden moord; de vermoorde lag onder het kruis begraven. Het was de schrik van de omgeving. Het was nief raadzaam om te middernacht op den weg tusschen Klingelbeek en Mariëndaal te vertoeven, of men moest ijzersterke zenuwen hebben. Immers men had dan de kans den vermoorde daar te zien wandelen, met zijn hoofd onder den rechterarm. Verscheidene personen hadden hem reeds ontmoet ....
Een ander vertelde: Vóór vele jaren was een zekere Herman van Arendaal met zijn beminde, vergezeld van een trouwen knecht, op reis naar Meinerswjjk. Zij hadden het plan om bij Klingelbeek den Rijn over te varen. Voor zij den Rijn hadden bereikt, werden zij door vier mannen overvallen. Er ontstond een verwoed gevecht. Van Arendaal en zijn knecht streden moedig tegen de vier booswichten. Drie hunner werden neergestoken, terwijl de vierde zijn heil in de vlucht zocht. EIbert de knecht moest de verdediging van zijn meester echter met den dood bekoopen. Hij werd begraven op de plaats waar hij gevallen was. Het steenen kruis wijst zijn rustplaats aan.....

Hier de wandeling voortzettende door de buurschap Klingelbeek ging men langs verschillende bouwmanswoningen, met erven, die voor het meerendeel bij de bewoners in pacht werden gehouden. Enkele droegen speciale namen, als de Stammekamp en het Sleckegat. In de 17de eeuw kreeg Hyronimus Hessels vergunning hier een kruitmolen te plaatsen.

Was men de buurschap doorgewandeld, dan was men aan de grens van het Schependom van Arnhem gekomen. Onmiddellijk aan de grens, in het kerspel Oosterbeek stond de herberg de Hes. Deze herberg had waarschijnlijk haar naam te danken aan de „Hessenkarren", waarmede de Duitsche kooplieden hunne goederen vervoerden. Zij vonden hier een pleisterplaats. Voor de Arnhemsche wandelaars was het een geschikte plaats om hier even te rusten en zich een weinig te verfrisschen alvorens zij hunne wandeling voortzetten, terwijl de Oosterbeekers, wanneer zij in de stad zaken hadden verricht, hier gaarne een oogenblik vertoefden om met den hospes 't nieuws van den dag te bespreken. De schoone waterpartijen, de landelijke omgeving en de oude watermolen bij de herberg vormden tezamen een schilderachtig geheel.

Even voorbij de Hes werd het oog getroffen door den aanblik van het kasteel Rosande, dat in de lage landen aan den linkerkant van den weg was gelegen. Behalve vier ronde hoektorens, had het aan den zuidelijken gevel nog enkele torens. Het kasteel stond midden in een gracht; het had geen slotpoort, doch een houten brug gaf onmiddellijk toegang tot de dubbele deur. Het gebouw lag te midden van de heerlijkheid Rosande. Van hier kon men, door in noordelijke richting de heide over te trekken, den Utrechtschen weg bereiken. Langs Mariëndal en de Brink kon men, langs den fraai beplanten Utrechtscheweg, de stad weder bereiken. Boven op den Zandberg had men een nog prachtig gezicht op de stad, op den kronkelenden Rijn en op de groene velden aan den overkant, met de Nijmeegsche-, Kleefsche- en Eltensche bergen in het verschiet. De weg boven over den Zandberg volgende, kon men door de Janspoort de stad veder binnenkomen.    ALB. O.

"HISTORISCHE SNIPPERS". "Arnhemsche courant". Regionaal/lokaal, 12-04-1928. Geraadpleegd op Delpher op 16-11-2017, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000106882:mpeg21:a0060

[Bron illustratie: Gelders Archief, 1551-3871] Gezicht op de Rijn met schipbrug en houtvlot bij Arnhem vanaf de stuwwal ten westen van de stad. Links het Joodse kerkhof op de Sandberg in gebruik tussen 1755-1827.