» Historie Huis Hulkenstein 1835~1908 » Een familiedrama

Huis Hulkestein

Voorbij het oude jodenkerkhof had men links de buitenplaats van Mr. L. J. A. van Eek, en rechts Rhynstein, het buiten van den heer Karthaus. Het eerste huis, dat wij dan op den Utrechtschen weg ontmoeten, lag rechts voorbij den Haspel; het was de boerderij "De Lange Schuur" van S. van Maanen. Hieraan grensden de boschjes van Cau, die met hunne slingerpaden eene aangename wandeling opleverden en genoemd waren naar den toenmaligen bewoner van Hulkenstein, Jonkheer F. D. Cau van Stellendam, die het landgoed in 1827 van de familie Brantsen gekocht had.

Hulkenstein, dat zich uitstrekt van den Haspel tot aan de Klingelbeek, lag met zijne witte gevels en zijn ronden hoektoren tusschen het hooge geboomte; van Onderlangs gezien maakte het een aangenamen indruk en bracht het er niet weinig toe bij, het aspect van het landschap te verhoogen. Karel van Egmond, hertog van Gelder, die het kasteel had laten bouwen, bracht de laatste jaren van zijn leven meestal binnen Arnhem of op zijn Spijker Hulkenstein door. Hij had het den naam van Hulkenstein gegeven naar aanleiding van een niet onaanzienlijk vaartuig, "de Hulk" geheeten, dat zijn eigendom was en te dezer plaatse in de rivier voor anker liggende moest gesloopt worden.

In het jaar 1533 kocht hij er van zijn barbier Herman Boetzeel nog een belendend erf bij, elen Loependerberg genaamd, beschreven als eynen Bomgart mitien Bouwkuys Loependerberg geheyten "by die Clingelbeeck op ter Ryn-stroem geleghen streckende die Ryncant langes bis aen onsen Spycker tvy dair doen tymmeren hebben geheyten Hulckensteyn waarvoor hij Boetzeel in ruil gaf, den aan de St. Jansbeek gelegen watermolen met toebehooren, welken hij van Kloris van den Erven gekocht had.

Hij stichtte er een kapittel van kanunniken, waarvoor hij woningen en eene kerk liet bouwen. Het schijnt, dat de hertog hier meer onkosten maakte dan zijne beurs dragen kon, want nauwelijks hadden de kanunniken na zijn dood de plaats verlaten, of de schuldeischers kwamen opzetten; zij maakten zich van de nieuw gebouwde woningen en de kerk meester en zochten zich met de afbraak schadeloos te stellen. Zelfs de arbeiders kwamen voor hun loon op, dat zij met het schoonmaken en weder volpompen der grachten verdiend hadden. Arent Kelrewaeter nam in 1543 sonder yemantz ontheyt,*) daervan viP pannen ende xIx schonen plancken uytghelesen guet ind acht dubbele ribben om syne betaelinghe van den Cruytmoelen te bekomen welken hij voor den hertog op de Klingelbeek gebouwd had.
*) Machtiging, bevel.

Hetgeen er nog van de afbraak overgebleven was, werd in 1545 door koningin Maria, die voor haar broeder Karel V het land bestuurde, aan het klooster Bethaniën buiten de Velperpoort geschonken, om daarmede klooster en kerk te vergrooten. In 1555 werd Hulkenstein te leen gegeven aan Philips van Lalaing, graaf van Hoogstraten, stadhouder en kapitein-generaal van Gelre en Zutphen. Naderhand ging het over aan Herman, graaf van den Berg, vrijheer van Boxmeer en Bijland, wiens zoon het in 1595
aan Johan Milfair deed verkoopen om er zijne schuldeischers mede te betalen. In 1599 kwam het in handen van het aanzienlijk geslacht van Karel van der Sande, totdat ten slotte het landgoed bq erfenis in 1666 ten deel viel aan de familie Brantsen.

Uit: Arnhem, omstreeks het midden der vorige eeuw: met geschiedkundige aanteekeningen. (A Markus,1838)


ca 1560 - Hulkestein en de Galgenplaats. Links de Klingelbeekseweg die op de Utrechtseweg uitkomt. Aan het eind (op dit detail van een kaart van Jacob van Deventer) van de Utrechtseweg staan de galgen.


1828~1846 - Zicht op de landhuizen aan de Neder-rijn, ter hoogte van Klingelbeek. (Hulkestein en Tulkestein (het latere Huis Klingelbeek?). [Bron: Gelders Archief, 1551 - 2958]


1835 - Hulkestein (?) in de 19de eeuw, gezien vanuit het Westen. (Couwenberg, Abraham Johannes (1806 – 1844))


1850 - Gezicht van Onderlangs op Hulkestein, gelegen aan de Hulkesteinseweg en verwoest in 1944. Rrechts op de achtergrond de toren van de Eusebiuskerk. (Anoniem) [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3057]


1869 - Huis Hulkesteyn. (Amerom, Cornelis Hendrik van) [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3014]
Hulkenstein, strekte zich uit van den Haspel (nu de splitsing Utrechtseweg-Onderlangs) tot aan de Klingelbeek.


1850-1900 - Zuidzijde Huis Hulkestein.


18?? - Huis Hulkesteyn aan het eind van de 19de eeuw gefotografeerd vanaf de noordelijke Rijnoever. Dit huis is gebouwd op de fundamenten van het omstreeks 1533 door Karel van Egmond, hertog van Gelder gebouwde slot. [Bron: Gelders Archief, 1501-04 - 4516]


1830~1848 - Huis Hulkestein, voorzijde. [Bron: Gelders Archief, 1551 - 2995]

Kwekerij Jongeling
ca 1850 - Huis Hulkestein (Augustus Wijnantz).


1860 - Huis Hulkestein (Anoniem). [Bron: Gelders Archief, 1551 - 2982]


1866~1871 - Schuren bij Huis Hulkesteyn. (J.W.Moll). [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3780]
1870 - Boerderij van Huis Hulkestein, gelegenaan Utrechtseweg-Wilhelminastraat. (Cornelis Hendrik van Amerom) [Bron: Gelders Archief, 1551 - 228 ]

Kwekerij Jongeling
1869 - Huize Hulkestein. Foto toont de achterzijde, vanaf de Rijn genomen. (Alexander Ver Huel) [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3012]


1869 - Huis Hulkestein gezien vanuit het noordoosten. (Anoniem; Fromberg, H.G (?) [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3013]


ca 1900 - Rijn met zicht op Hulkestein. [Bron: Gelders Archief, 1500 - 2081]


vóór 1908 - Hulkestein, ingang.


1908 - Gemetselde toegangspoort met ijzeren hek. [Bron: Zoekplaatjes in oude ansichten]
In 1932 werd de heer Wennekes eigenaar van het huis Hulkestein. Hij schonk het fraaie toegangshek in 1936 aan het Openluchtmuseum waar het een mooie bestemming heeft gekregen als entree tot de kruidentuin. Op de 2 hekposten staat: HULKE en STEIN. De hekposten worden bekroond met 18e eeuwse sier vazen in Louis XlV-stijl. Het hek heeft niet altijd op Hulkestein gestaan, vermoedelijk sinds 1908. Op oudere foto's staat een andere toegang.

Hulkestein door J. G. A. VAN HOGERLINDEN.
Een der oudste landgoederen is wel het tusschen Onderlangs en de Klingelbeek aan de oevers van den Rijn gelegen landgoed Hulkestein. Vooral van Onderlangs gezien maakt het een vriendelijken indruk tusschen het hooge geboomte, afstekende tegen de lage weilanden aan den overkant van het water. In oude tijden was het kasteel met omgeving in bezit van van Karei van Egmond, Hertog van Gelre, die meermalen alhier verbleef. In 1555 werd Hulkestein in leen gegeven aan Philip van Lalaing, graaf van Hoogstraten, stadhouder van Gelderland. Nadien was het in bezit der families Van der Sande en Brantsen.
Na 2 eeuwen in bezit te zijn geweest van laatstgenoemde familie, werd het in 1827 gegekocht door de familie Cau van Stellendam. In 1860 werd het landgoed met den Overplaats „de Lange Schuur" opnieuw verkocht. Om een beetwortelsuikerfabriek van gas te voorzien, vroegen de heeren de Bruijn in 1862 vergunning om aldaar een gasfabriek op te richten, doch het gemeentebestuur weigerde deze vergunning te verleenen.
Langzamerhand begint nu de verkaveling van het uitgestrekte terrein. Langs den Utrechtschen weg werden villa's gebouwd. In 1894 werd de verbindingsweg tusschen Utrechtschen weg en Klingelbeekschen weg (welke in 1908 den naam kreeg van Klingelbeekscheweg) door de Bouwmaatschappij "Fortuna" overgedragen aan de gemeente. De heer James Farquhar werd in 1897 eigenaar van het huis Hulkestein; zijn erfgenamen verkochten het in 1907 aan de directeuren van de machinefabriek Thomassen en Co.

Het oude huis Hulkestein werd getypeerd door een zwaren hoektoren, maar in den loop van den tijd is de toren verdwenen en het geheele kasteeltje van karakter veranderd; het werd een modern ingericht heerenhuis; het geboomte in het park is gekapt om bouwterrein te scheppen, waarop nu groote landhuizen zijn verrezen. De heer en mevrouw Nienhuijs—Andriesen hebben omstreeks 1908 op Hulkestein een voornaam pension gevestigd. In 1910 werd W. H. baron van Tuijll van Sarooskerken' eigenaar, hij verkocht het huis 1916 aan mevr. de Weduwe F. H. Fockema geb. Sannes. Op 15 April 1932 werd Hulkestein eigendom van P. L. Wennekes, die het landgoed kocht van mr. Hinno Willem Jan Fockema.

Aan het oude Hulkestein herinnert nog het Monumentale inrijhek aan den Utrechtschen Weg. Ook dit gaat verdwijnen, doch als museumstuk zal het bewaard blijven. Overgeplaatst in het museumpark van het Openluchtmuseum, zal het den toegang vormen voor den Kruidentuin. [Arnhemsche Courant, 5 maart 1936]