» Historie Huis Hulkenstein 1835~1908 » Een familiedrama

Huis Hulkestein

Het Huis of kasteel lag aan de Rijn, in de tuin van Hullcesteinseweg 15. Het goed Hulkestein had een lange geschiedenis.

Op het gebied van Klingelbeek stond al voor het jaar 1533 het Huis Hulkenstein, gebouwd door Karel van Egmond, Hertog van Gelre (1467-1538). Het landgoed Hulkenstein lag aan de kronkelende weg, welke in de 15de en 16de eeuw de enige doorgaande verbindingsweg tussen Arnhem en Utrecht was. Het grondgebied was ommuurd aan de noordzijde en grensde aan de hoofdweg naar Utrecht.


Ca 1560 - Ligging van Huis Hulkestein ten opzichte van Arnhem.

Hulkestein werd als ‘spijcker’, een versterkt voorraad- en woonhuis, al voor 1533 door hertog Karel van Gelre gebouwd:

“by die Klingelbeeck opten Rijn-stroem geleegen, streckende die Rijnkant bis aen onse Spucker, wy dair doen tymmeren hebben geheyten Hulkenstein.”

Over de oorspong van de naam Hulkestein doen verschillende verhalen de ronde. De ene overlevering wil dat het huis genoemd is naar een boot van de hertog, de Hulck, die op deze plaats in de Rijn lag en in 1537 afgebroken moest worden. Een ander verhaal wil dat Karel het huis de naam gaf van zijn kasteeltje in Nijkerk waar hij ook graag verbleef, Hulkestein of Altena. Ook liet Karel van Gelre een kapelletje bij Hulkestein vergroten tot kerk. Hij schonk het aan de kanunniken van de St. Walburgiskerk.

Rond 1650 was er een 'scharlakenververij' gevestigd, opgezet door de gebroeders Kuffeler. Deze werkten met een nieuw procedé, uitgevonden door hun schoonvader Cornelis Drebbel. In 1648 verkreeg een van de broers Kuffeler, Gillis, het recht om het stadswapen te gebruiken voor zijn producten.
Het was ook een ontmoetingsplaats voor veel alchemisten/scheikundigen, vaak van calvinistische stromingen, die Hulkestein gebruikten als thuisbasis. Vanaf 1657 werd de zaak overgenomen door Johann Moriaen, die er echter geen succes van wist te maken

De geld verslindende oorlogen van Karel van Gelre en zijn weelderige hofhouding hadden hem veel schulden opgeleverd. Na zijn dood kwamen de schuldeisers verhaal halen op Hulkestein en plunderden en verwoestten de kerk. Een deel van de bouwstenen werd vervolgens gebruikt voor de uitbreiding van het klooster Bethanië in Presikhaaf. Na de dood van Karel van Gelre in 1538 kwam Hulkestein in handen van de nieuwe landsheer Karel V, die het in leen liet gebruiken door zijn stadhouder Philips van Lalaing.

1557, Hulkenstein
Het Huis Hulckesteijn op een detail van een kaart uit 1551.
Op de kaart uit 1551 van Johannes van Gielis zien we het landelijk gelegen Hulkestein als een landhuis met boerderijtrekken. Het grondgebied is ommuurd aan de noordzijde en grenst aan de huidige Utrechtseweg. Direct rechts, westelijk dus, van Hulkestein zien we enige boerderijen staan. Van de Utrechtseweg loopt daar al de voorloper van de Klingelbeekseweg naar die boerderijen toe en buigt af richting Oosterbeek. Op de grens van Arnhem en Oosterbeek, gevormd door de Slijpbeek van Mariëndaal, ligt de kern van het buurschap Klingelbeek.

Het huis is na Karel van Egmond door de eeuwen heen bewoond door een groot aantal families. Hiervan is de familie Brantsen de meest bekende en verschillende leden van de familie Brantsen zijn burgermeester geweest van de stad Arnhem. De eerste eigenaren met de naam Brantsen kregen het landgoed in 1647 in handen, de laatste bewoners met de naam Brantsen verkochten het landgoed in 1827.

Het jaar daarvoor was Maria Leopoldina Catharina van Hasselt, de vrouw van Johan Brantsen, met haar twee kinderen tijdens de eerste tocht van de radarstoomboot Willem 1 verdronken. Het bootje dat haar en haar kinderen naar de stoomboot zou varen kapseisde en alle opvarenden verdronken, zeven mensen in totaal. Nu wil de legende dat mevrouw Brantsen nog lang op de golven bleef drijven op haar hoepelrok, maar toch niet op tijd gered kon worden. Sindsdien zou het op het landgoed gespookt hebben.......
Hulkestein komt in 1666 in handen van de rijke regentenfamilie Brantsen en zou 160 jaar eigendom van dit patriciërsgeslacht blijven. In de 18e eeuw verfraait de familie Brantsen de buitenplaats. Het landgoed wisselde hierna regelmatig van eigenaar en werd uiteindelijk in 1894 verkaveld, in 1908 wordt de Hulkesteinseweg aangelegd.



Hulkestein blijft niet het enige landhuis in het westen van Arnhem. Na de verwoesting en verdeling van de kloosterbezittingen van Mariëndaal laten rijke bestuurders meer buitenverblijven bouwen. ‘Ruyven’, vooral bekend als Den Brink, is het buitenverblijf en landgoed van stadssecretaris Henrick Willem van Ruyven. Het huis bevond zich op het huidige terrein van het Elektrum. Het landgoed zelf was veel groter en omvatte ook delen van het KEMA-terrein ten noorden van de Utrechtseweg.
‘Harrevelt’ is met meer geheimzinnigheid omkleed. Het zou de voorloper van het Huis Klingelbeek, het latere fraterhuis St. Eusebius, kunnen zijn. Maar dan zou het tussen Hulkestein en Ruyven moeten liggen. Verder onderzoek is hier nodig om definitieve antwoorden te kunnen geven. [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3011]


1826 - Drama bij Huis Hulkestein. Ook de Middelburgse Courant van 12-08-1826 doet verslag van het drama. [Bron: Heemkunde Stichting voor de gemeente Renkum.]

“ARNHEM den 7 augustus. Een allertreurigst voorval heeft gisteren avond eene algemeene verslagenheid in deze stad veroorzaakt: zeven personen zijn door het omslaan van een bootje op den Rijn verongelukt. De stoomboot, welke voortaan wekelijks van Rotterdam op Arnhem en terug zal varen, laatstleden zaturdag voor de eerste maal aankomende, waren een aantal heeren en dames tot eenen pleizier-togt naar Nijmegen tegen den volgenden dag uitgenoodigd.
Gisteren voormiddag omstreeks half tien uren werd die togt van hier ondernomen, onder het aanheffen van de muziek der infanterie van ons garnizoen, hetwelk zich aan boord der stoomboot bevond, en ten aanschouwe van eene groote menigte, welke begeerig was om van deze afvaart getuige te zijn. De heer W.H.A.C. baron van Heeckeren van Kell, de heer kommandant dezer provincie, de hoofd-officieren van het garnizoen, heeren burgemeester en wethouderen dezer stad behoorden tot het gezelschap aan boord der stoomboot, ’s namiddags voor vier uren was dezelve reeds van Nijmegen terug, maar voer nu nog verder den Rijn af.

Op dezen togt werd het gezelschap tegenover het landgoed Hulkestein, bewoond door mevrouw de douairiere Joh. Brantsen , verrast door het lossen van kleine stukken geschut, die voor dit landgoed waren geplaatst. Men ziet mevrouw Brantsen van de stoomboot. Drie heeren, te weten de heer kolonel Kuyck van de 13de afdeeling der infanterie, de heer wethouder Rappard en de heer controleur Nahuys, stappen spoedig in een bootje en laten zich naar den oever brengen om mevrouw Brantsen uit te noodigen mede aan boord der stoomboot te konen. Zij neemt de uitnoodiging aan, en gaat, vergezeld van de genoemde heeren, met hare beide kinderen (een zoontje en een dochtertje), benevens eene jonge juffer uit Zutphen, een zoontje van den heer Dijckneester uit Tiel en twee kinderen van den heer burgemeester Weerts, (ook een zoontje en een dochtertje die zich op Hulkestein bevonden, in het bootje, dat nu van land afsteekt, om de stoomboot te naderen.

Men heeft dezelve bijna bereikt, het gezelschap aan boord der stoomboot maakt zich gereed om de nieuwe bezoekers te ontvangen, maar eensklaps verliest het kleine vaartuig het evenwigt, slaat om en allen die zich in hetzelve bevinden, storten inden stroom. De heer Nahuys, de stuurman van de boot en de jonge heer Dijckmeester worden gered. De jonge juffer uit Zutphen grijpt men gelukkig, daar zij tegen de stoomboot aandrijft en zij wordt mede gered ; maar dit zijn ook die eenigen, die de stroom teruggeeft. Mevrouw Brantsen met hare beide kinderen en die van den heer burgemeester Weerts , de heer kolonel Kuyck, benevens de heer wethouder Van Rappard, blijven zijne prooi en geen spoor wordt meer van hen ontdekt. —

Men kan zich het jammer tooneel aan boord der stoomboot verbeelden, waar ouders hunne kinderen, de vrouw haren man, het kind zijnen vader, de broeder zijne zuster, zich eensklaps voor altijd zagen ontrukt! Algemeen is de deelnemng in den rouw over dit ontzettend verlies.”

Zie ook: Het geslacht Brantsen met daarin "Een familiedrama bij Hulkestein", een uitvoerig verslag uit de Arnhemse Courant van 22 november 1940.

1879, Klingelbeek en Hulkestein
1879 - Landgoederen Hulkenstein en Klingelbeek.


1880 - Landgoed Hulkenstein. Detail uit kaart der hoogteligging van de stad Arnhem en hare naaste omgeving. [Bron: Gelders Archief, 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 7442]

1889
1889 - Landgoed Hulkenstein met Klingelbeekseweg, Utrechtse straatweg Onderlangs (met wandelweg, rijweg en voetpad) en Jaagpad. Op de Utrechtseweg lezen we: Ooster stoomtram. Linksboven Tol, het tolhuis aan de Utrechtseweg hoek Holle weg. [Bron: Gelders Archief, 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 2036]

Al in 1860 waren er plannen het landgoed te verkavelen, maar die kregen pas in 1894 vaste vorm door de aanleg van een ontsluitingsweg. Aanvankelijk werd deze tot de Klingelbeekseweg gerekend. In 1908 kreeg zij de naam Hulkesteinseweg. In de omgeving staan verschillende chalets en bomen, afkomstig van het landgoed. In 1932 werd de heer Wennekes eigenaar van het huis Hulkestein.
Hij schonk het fraaie toegangshek in 1936 aan het Openluchtmuseum waar het een mooie bestemming heeft gekregen als entree tot de kruidentuin. De hekposten worden bekroond met 18e eeuwse sier vazen in Louis XlV-stijl. Het hek heeft niet altijd op Hulkestein gestaan, vermoedelijk sinds 1908. Op oudere foto's staat een andere toegang.
In de oorlog komt het landgoed regelmatig onder vuur te liggen en blijft er zo goed als niets ongeschonden. De restanten van het landgoed werden verwijderd.

De naam Hulkenstein leeft behalve in de straatnaam, voort in de fraaie, door Rietveld ontworpen, maar niettemin door zijn volume omstreden serviceflat van die naam aan de Utrechtseweg tegenover de Wilhelminastraat..