Koornmolen De Hesch

Hesseweg
1915-1920 - Oosterbeek sectie D blad 1, vanaf juli 1892, bijgewerkt 1915-1920. Op dit detail van de kaart is goed te zien dat de Slijpbeek de gemeentegrens met Arnhem was. [Bron: Gelders archief]

In het begin van de 19e eeuw behoorde het waterrecht en de grond van Mariëndaal aan de familie Van Eck. Molenaar op 'de Hes' was Jan Gerritsen. In 1816 vermaakte hij bij testament aan zijn zoon Egbert Jan de 'opstand van een waterkoornmolen en woning onder Oosterbeek en den opstand van schuur en berg onder Arnhem ten noorden van de Oosterbeeksche weg bij de beek (...), de molen met deszelfs buiten- en binnenwerk en vaste gereedschappen'. In 1832 was er op Mariëndaal nog maar één watermolen (de Hes) in bedrijf, die eigendom was van Egbert Jan Gerritsen met recht van opstal op gronden van Jacob Nicolaas van Eck. De molen kwam nadien in handen van Egbert Jan Gerritsen junior (* 1831), die de molen tot aan zijn overlijden in 1874 exploiteerde. In 1861 blijk de grond waarop de watermolen staat in handen te zijn van mr. Johan Brantsen. Ze ging over op zijn schoonzoon mr. Willem Engelen en verder op diens schoonzoon mr. J.N. van Eck, burgemeester van Arnhem.


1818 - Situatie bij de grens met Arnhem (rechts). Nabij de Klingelbekseweg zien we een graanmolen (de Hesch) en hogerop de beek een papiermolen. Boven is de weg van Arnhem naar Utrecht te zien.[Bron: Gelders Archief, 154-0002 - detail kaart Oosterbeek Sectie D: Oosterbeek, 1818].

Watermolen 'De Hes'
1824 - Gezicht op de Korenwatermolen in de Hes aan de uitloop van het dal tussen de hoogten van den Brink, Mariëndaal en Rosande. [Bron: Gelders archief]

Omstreeks 1874 was er tevens een uitspanning aan de molen verbonden, die achtereenvolgens werd geëxploiteerd door A. Aalbers (1875-1886), H. Aalbers (1287-1890), W. Hendriks (1890-1891), G. Hendriks (1892-1894) en E.H. van Kraaikamp (1895-1902). De laatste molenaar/café-houder was G.J. Brinkman, die het tot 1917 uithield. In die tijd werden de molenstenen aangedreven door een petroleummotor. Er is sprake van dat Brinkman de molen in 1906 heeft gesloopt en vervangen door een huis. Andere bronnen maken melding dat pas na het vertrek van Brinkman in 1917 het molenrad alsmede het binnenwerk, dat toen al niet meer in beste staat verkeerde, werd gesloopt. Het pand werd zodanig verbouwd dat de beek midden door het huis kwam te lopen. Dit pand aan de Klingelbeek werd in 1918 door August Cremers omgebouwd tot een textielwasserij en -ververij. Van het pand dat na de oorlogshandelingen in 1944 werd herbouwd, was het laagste gedeelte nog een overblijfsel van het oude molenhuis, waarvan de binnenmuren overeind waren gebleven. Een halve molensteen in de vloer van de verfruimte herinnerde nog aan de oude watermolen.

De benedenste vijver op het landgoed is een voormalige molenvijver en daar waar deze vijver in een waterval uitkomt, stond een papiermolen, die tot ongeveer 1802 door de familie Schut werd geëxploiteerd. De molen bestond toen uit vier zes-hamerbakken met molenwerk en enige opstallen. Nieuwe pachters op de molen waren de gebroeders Jan en Abraham Pannekoek. Omstreeks 1813 schepte Jan Pannekoek met zijn vier knechten ongeveer 700 riem papier per jaar. In 1809 werd het binnenwerk van de molen door Abraham Pannekoek verkocht. De molen werd echter niet stilgelegd, maar opnieuw ingericht door de papiermaker Jan van Delden uit Loenen. Eigenaar van de papiermolen annex twee huisjes en omliggende gronden was in 1820 Jacob Nicolaas van Eck, lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland. Jan van Delden was pachter tot 1850. Kennelijk is de molen kort daarop stilgelegd en omstreeks 1853 gesloopt.

“Op de grens der gemeente voorbij de suikerfabriek van den Heer van Embden stond eene uitspanning “den Hes” van J. Gerritsen met een schilderachtige watermolen; de schone waterpartijen bij de prachtige landelijke omgeving trokken veel schilders tot zich. De naam van deze landelijke herberg is ontleend aan de vele “hessekarren” en hare begeleiders, welke met hunne goederen uit Pruisen komende om de stad heen trokken en hier pleisterden.” [Markus]


Korenmolen 1. 2.

(1) 1809 - Korenwatermolen De Hes stond ongeveer daar, waar nu de onderdoorgang van de K.E.M.A. bij de Klingelbeekseweg is. 1 - [Bron: Gelders Archief, 1551 - 3804]
Deze molen wordt reeds in de 15e eeuw vermeld. In 1713 is de molen herbouwd. In 1917 is de molen stilgezet waarbij rad en molenwerk zijn gesloopt. Delen van het gebouw van een vroegere stomerij en ververij op de voormalige molenplaats stammen nog van de oude molen.
[tekening: Kerkhoff, D.J.T.]

(2) 1811~1860 - Waterkorenmolen De Hes, gezien vanuit het zuidoosten, aan de uitloop van het dal tussen de hoogten van Den Brink, Mariëndaal en Rosande. 2 - [Bron: Gelders Archief,1551 - 3788]

Bijschrift bij 2.

De waterkorenmolen annex herberg de Hes, zo genoemd naar de vele langs trekkende Hessenkarren (kooplieden uit Hessen). Het huis de Hes was in de 17e eeuw althans bekend als “het huys van Hesaen Clingenbeek”. De watermolen werd aangedreven door de zogenaamde Sliepbeek, welke van Mariendaal -tot welk landgoed het huis jarenlang behoorde-, langs de Hesweg naar de Klingelbeek stroomde. De beek vormt -ook nu nog- de grens tussen de gemeenten Renkum en Arnhem. In de negentiende eeuw heeft de familie Egbert Jan Gerritsen op de Hes het molenaarsbedrijf uitgeoefend. Zij werd opgevolgd door A. en H. Aalbers (1875-1890), W. en H. Hendriks (1890-1894), E.H. van Kraaykamp (1895-1902) en G .J. Brinkman (1903-1917. De laatste periode waren waterrad en waterbedding al in verval en werd het molenwerk door een petroleummotor aangedreven. Na 1917 kwam in het molenhuis de stomerij en weverij van August Cramer uit Arnhem. Ook dit bedrijf profiteerde van het snelstromende en heldere beekwater.


1845~1850 - Hesweg met papiermolen en korenmolen De Hesch. [Bron: Gelders archief]

situatie 2015
2014 - Korenmolen De Hes getekend in een plattegrond uit 2015.